Traditioneel werd aan kinderen verteld dat baby's onder kruisbessenstruiken werden gevonden.
Ze worden ook wel 'feeënbessen' genoemd, omdat men vroeger dacht dat feeën zich in kruisbessenstruiken verstopten om gevaar te vermijden.
De naam is afgeleid van het woord 'lelijk' verwijzend naar onaangename verschijning de it's met ruwe, gerimpeld, groengele schil, losjes rond de oranje vlezig citrus binnen.